Pleidooi voor een gezelschappelijke psychiatrie

28 januari 2026 • Doortje Kal • BOEKBESPREKING

mijn broeders hoeder 1 kopieGert Schout heeft een boeiend boek geschreven: Mijn broeders hoeder levert fundamentele kritiek op de huidige psychiatrie en draait om de vraag of een andere psychiatrie denkbaar is. Schout meent van wel. Sterker nog, die andere psychiatrie is er deels al. Hij noemt haar ‘gezelschappelijke psychiatrie’. Maar deze staat volgens Schout onder grote druk en dreigt steeds opnieuw van het toneel te verdwijnen. Hoe zij eruitziet en hoe ze versterkt kan worden is onderwerp van zijn boek.  

Relaties als vruchtbare bodem
Schout constateert – met vele anderen - dat er sprake is van een onderbehandeling van ernstige en een overbehandeling van lichte psychiatrische gevallen.  

Hoofdschuldige aan deze onwenselijke situatie is zijns inziens de geïntroduceerde marktwerking. Schout meent dat prof. Harry Kunneman belangrijke en verstrekkende inzichten ontvouwt voor dit serieuze maatschappelijke probleem.  

De samenleving wordt volgens Kunneman niet alleen door mensen gevormd. Zij is een samenstel van netwerken die alle levensvormen op aarde met elkaar verbinden. Kunneman introduceert een andere kijk op samenleven, die van de biotische verwevenheid. In deze manier van denken worden onderlinge afhankelijkheden niet ontkend of weggedrukt maar gevierd met alle ongemakken en conflicten die daar ook bij horen. 

Het lijkt niet alleen zaak om goed gezelschap voor andere levensvormen te worden, maar ook voor onszelf. Kunneman richt het vizier op bodemverrijking en het ambachtelijk werk dat daarvoor nodig is. Een rijke relationele bodem is nodig om handelingsvermogen te verwerven, te behouden of uit te bouwen en omgekeerd zal dat vermogen de bodem opnieuw verder verrijken. De gezelschappelijke psychiatrie waar Schout voor pleit werkt aldus aan contexten waar handelingsvermogen kan ontstaan. Het is zaak alert te worden op contexten die dat handelingsvermogen wakker roepen en oog te krijgen voor omgevingen die dat in de weg staan.  

david gomez HXoaSMocdq0 unsplashTwee gebouwen 
Het verborgen curriculum van onze samenleving is dat je je succesvol, sterk en onafhankelijk moet tonen. Maar maakt de ggz niet onbedoeld de hyperindividuele levensstijlen mogelijk? Bewerkstelligt ze daardoor niet zelf de vraag naar psychiatrie? 

Twee thema’s beheersen de media: incidenten rond verwarde personen en de groei van de wachtlijsten. Schout meent dat die twee elkaar oproepen.  

Hij schetst in zijn boek twee gebouwen: het ene gebouw is dat van de traditionele psychiatrie. Het is groot, maar niet erg functioneel. Bijna 100.000 mensen staan op een wachtlijst voor de ggz. Er gaat jaarlijks 5,5 miljard om in de ggz. Er werken meer dan 100.000 mensen. In 17 jaar tijd is de voorgeschreven adhd-medicatie verviervoudigd. Jaarlijks doen 1,3 miljoen mensen een beroep op de ggz. Verantwoordingsbureaucratie neemt 40% van de werktijd in beslag. De sector kent veel onvervulde vacatures. Nederland telt 26 psychiaters per 100.000 inwoners; ze staat wereldwijd daarmee op de derde plaats.  

Het tweede gebouw is het onderkomen van pioniers die met deze traditionele praktijk willen breken (Peersupported Open Dialogue, Kringwijs, Iemand erbij, Enik Recovery College en nog veel meer). 

Schout pendelt - aan de hand van maar liefst 470 documenten - tussen uiteenlopende praktijken en wetenschappelijke inzichten. Hij probeert aan te zetten tot betekenisverschuiving; hij wil met zijn boek prikkelen om verder te denken, de invaliderende kracht van het eerste gebouw af te remmen en de vitaliserende kracht van het tweede gebouw uit te bouwen – uiteindelijk ook om de groep die de psychiatrie het hardste nodig heeft met voorrang verder te helpen.  

De genoemde twee gebouwen zijn ideaaltypische uitvergrotingen van de werkelijkheid. Het eerste gebouw betreft zoals gezegd de traditionele psychiatrie, het tweede de eilandjes, niches, praktijken waar het anders toegaat. Kunnen we die eilandjes van beloftevolle praktijken aan elkaar verbinden zodat er een archipel ontstaat? 

Het eerste gebouw is aanbodgericht, individualiserend, medicaliserend met een technocratisch repertoire. Het imponeert door vermeende deskundigheid, de belofte van behandelbaarheid en ontschuldiging. Het tweede gebouw blijkt nauwelijks een gebouw, meer een tijdelijk onderkomen. Als voorbeeld noemt hij Vriend GGZGroningen, een project waarbij de meest lastige groep cliënten uit Groningen zonder 24-uurs-begeleiding woonden. Vriend GGZ probeert sinds 2010 veilige, toegankelijke, vriendschappelijke hulp te bieden met behulp van peersupport. Vriend GGZ is ook te typeren als een cliëntgestuurde en herstelgerichte organisatie. Ooit had Vriend GGZ  acht vriendenhuizen. Het Vriendenhuis in Groningen is stopgezet in 2019. De logica van zelfwerkzaamheid en vertrouwen bleek uiteindelijk moeilijk verenigbaar met de logica van de verantwoordingsbureaucratie. Gelukkig zijn er ook initiatieven die het wel volhouden: vanaf 1995 zijn er meerdere consumer-run projecten, respijthuizen, herstelwerkplaatsen. Er is een Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel (met Team Ed en De Hoofdzaak).  

Ondanks het aanvankelijk waarde gedreven idealisme in het tweede gebouw doen geleidelijk vaak toch regels, afspraken en procedures hun intrede. Samenwerking en fusie met een ggz-partij uit het eerste gebouw lijken soms nodig maar schuiven het initiatief onbedoeld op naar het eerste gebouw. Een parallelle ggz is niet echt in zicht. Hoopvol is wel dat elementen uit het tweede gebouw door het eerste gebouw worden overgenomen. Neem BuurtzorgT. 

kubo micuch D wTaUluPNQ unsplashHoge gronden en moerassig laagland 
Het opdelen in twee gebouwen is ook simplificerend èn een heikele exercitie… Cliënten voelen zich vaak genoeg thuis in het eerste gebouw en zijn blij met de ontschuldigende werking. Wat is de duw- en trekkracht tussen beide gebouwen? Harry Kunneman maakt onderscheid tussen horizontale en verticale kennisleer. Hij wijst op de aantrekkingskracht van de verticale kennisleer: het is de aantrekkelijkheid van de veiligheid op de hoge gronden en het vermijden van de rommelige problemen in de moerassige laaglanden. Afdalen in het moeras betekent het verdragen van situaties die niet kunnen worden opgelost; de heldenrol van behandelaar loslaten.  

Als de maatschappij het probleem is, helpen pillen niet 
Het derde hoofdstuk gaat over specifieke historische, geografische en politieke omstandigheden in Nederland waar door de ruimte voor marktwerking onbedoeld een bron van toeloop naar de ggz wordt gecreëerd. Schout spreekt van een cocktail van individualisering, medicalisering, psychiatrisering en bureaucratisering. 

Er is zoals gezegd sprake van over- en onderbehandeling waarvoor de professionele wereld respectievelijk naasten en lotgenoten de mouwen opstropen. 

In marktgerichte zorgsystemen wordt de bijdrage van zelfzorg, mantelzorg, onderlinge hulp, lotgenotencontact en andere vormen van informele zorg gemakkelijk over het hoofd gezien omdat de marktpartijen daar geen belang bij hebben. De kracht van gemeenschap raakt buiten beeld. Er is sprake van het oprekken van wat als afwijkend of ziek moet worden beschouwd. De psychiatrie promoveerde van toevluchtsoord naar reparatiewerkplaats. Er is sprake van hyperspecialisering, wat gek genoeg maakt dat de ggz ongeschikt wordt om mensen met langdurige, meervoudige problemen verder te helpen.  

Het verhaal rond het tweede gebouw is in alle opzichten het tegenovergestelde. Het draait om praktische hulp zodat je met anderen weer verder kunt. De wijdere sociale kring is de sleutel om welzijn, gezondheid en veiligheid te realiseren. Naast de huisarts, de wijkverpleegkundige en socialworkers staan familieleden en naasten paraat.  

Werken aan een omgekeerde route  
De omgekeerde route bestaat eruit dat de persoon om wie het gaat 1) geborgen is in een gezelschap en 2) vanuit die ervaring nieuwe zin en betekenis weet toe te kennen aan zelfbeelden en verhalen en 3) bij machte is om perspectief te ervaren en 4) kan groeien in handelingsvermogen en vandaaruit kan bijdragen aan iets dat groter is dan hijzelf. 

Schout stelt zelf dat de eerste drie hoofdstukken bol staan van het onverholen enthousiasme over de zegeningen van gezelschappen, ‘gegrond zijn’, ‘ingebed zijn’ ‘bijdragen aan’ en ‘gedragen worden door’. Is dat enthousiasme terecht, vraagt hij zich af. Gemeenschappen kunnen ook gebukt gaan onder sociale controle, emancipatie in de weg staan, naar binnen gericht zijn of zelfs vijandig staan tegenover de buitenwereld. Hoe kan de relationele bodem verrijkt worden juist bij die groep waarvan de psychiatrie wegkijkt (geen maakbaarheid). De gebondenheid van mensen zou, meent Schout, verdiept en uitgebreid moeten worden naar een onderlinge afhankelijkheid van alle levensvormen.  

Gezelschappelijkheid 
shane rounce DNkoNXQti3c unsplashIn een gezelschappelijke psychiatrie begint alles met drie bouwstenen:1. De fascinatie van de gezel om te begrijpen hoe de relationele dynamiek in elkaar zit 2. De inzet: ik laat je niet meer los en 3. De gezel heeft het gezelschap voor ogen.  

De weg is ongewis, niet planbaar, niet maakbaar, hooguit beïnvloedbaar. Juist dat maakt het ambachtelijk werk van gezelschapsvorming in de psychiatrie zo bijzonder. Het gaat om aanklooien, uitproberen. Mooi als lotgenoten in het werkgebied van de gezel een gezelschap vormen, elkaar helpen om zich te verhouden tot hun kwetsbaarheid. 

Het Amsterdamse project Iemand erbij  traint buurtbewoners in het omgaan met een crisis, op straat, bij je buren, in het OV of waar dan ook. Hoe kan ik erbij blijven, luisteren, vertrouwen uitstralen? Het handelingsvermogen van de buurtbewoners wordt erdoor vergroot. 

Een ander voorbeeld is Peer supported Open Dialogue (Pod). Pod werkt intensief met een groep naasten, meestal familie of andere betrokkenen. Er is veel aandacht voor de relationele context en veel minder voor de individuele psychiatrische problemen. Pod heeft meer aandacht voor een kleine veilige kring om samen een psychiatrische crisis door te komen. Bij POD begint de hulpverlening meteen als de crisis zich aandient. Men gaat op zoek naar samenredzaamheid en eigenaarschap.  

Iemand erbij en Pod zijn werkvormen die een omgekeerde route mogelijk maken en de relationele voedingsbodem beogen te verrijken. De aard van het eerste gebouw is interventionistisch, van het tweede gebouw gezelschappelijk. In het eerste gebouw is gedrag aanleiding voor hulp, in het tweede gebouw is het gedrag onderwerp van gesprek – op zoek naar de plekken der moeite.  

Relationeel vakmanschap 
Hoe ziet het vakmanschap eruit dat de beoogde relationele bodemverrijking voortbrengt waardoor handelingsvermogen zich kan ontwikkelen? Waar begin je? Het relationele vakmanschap dat gevraagd wordt in een gezelschappelijke psychiatrie kan niet zonder een context die deze vorm van betrokkenheid aanmoedigt en bestendigt. 

Hoe kan de technocratische context op afstand worden gezet? Hoe kunnen hulpverleners een soort opbouwwerkers worden? Ik zou hier willen zeggen: neem een voorbeeld aan kwartiermaken, maar daar rept Schout helaas niet over net zo min als over W in de wijk waar juist ervaringsdeskundigen, welzijnswerkers, de gemeente en ggz-coaches samenwerken aan precies die gezelschappelijke bindingen. Maar dat nu terzijde.  

richard wang 7mp85lt weY unsplashBij het relationeel vakmanschap gaat het volgens Schout om ambachtelijk werken in moerassige omstandigheden. De initiële toestand is vaak/soms niet meer te achterhalen, is ondergesneeuwd in ketens van gevolgen die ook weer oorzaken werden van nieuwe gevolgen. Er is sprake van over elkaar buitelende wisselwerkingen. De psychiatrie van Schout vertrekt vanuit radicale nieuwsgierigheid. Er wordt geprobeerd in co-creatie iets op gang te brengen – iets wat in de ogen van het gezelschap nodig is. Er wordt gezocht naar passende sleutels.  

Mijn broeders hoeder is vooral een bodem-verrijker, iemand die geniet van wat er opbloeit en het desnoods uit kan zitten als het even duurt. Een stevigheid biedende omgeving is een omgeving waarin personen van betekenis zijn voor elkaar. Contact maken en vertrouwen winnen is één, aan verhoudingen werken waarin iemand van betekenis is voor anderen, zodat er een stevigheid biedend weefsel van giften en wedergiften kan ontstaan is het doel. Zelfs handelingsvermogen hoeft niet altijd te groeien, als de tekorten van de een maar worden gecompenseerd door anderen. In het tweede gebouw liggen twee vragen op tafel: Wie ben je voor anderen? Wie of wat zou je voor anderen willen zijn? Laat mensen ervaren dat ze deel uitmaken van iets dat groter is dan zijzelf. Psychiatrische ontregelingen zullen niet verdwijnen – zeker als de invloed van het narcisme zich met zoveel kracht zal laten blijven gelden, met alle stress, verslaving en eenzaamheid die ermee gepaard gaat.  

Het kan anders  
Er schuilt volgens Schout een tegenspraak in zijn boek. Het optimisme van de veranderbaarheid van mensen en omstandigheden versus de trekkracht van instituties (en institutionele pad-afhankelijkheid). 

De inbedding van de psychiatrie in de medische wetenschap maakt verandering moeilijk. Met man en macht proberen we met chemische middelen andersheid bij ons vandaan te houden. Daarnaast is er een tweede krachtenveld dat bestuurlijk van aard is: een gulzige institutionele logica. De psychiatrie lijkt niet bij machte om ruimte te maken voor een gezelschappelijke psychiatrie of een beweging te maken in die richting. 

Daarom zal de gezelschappelijke psychiatrie zijn weg moeten zoeken buiten het zorgstelsel, aansluitend bij het werk van wijkteams, kerken, voedselbanken, kringloopwinkels, speeltuinverenigingen èn op tweede-gebouw-initiatieven die er al zijn. 

Vraagtekens bij de ervaringsdeskundige? 
Het begrip ervaringsdeskundige past niet goed in zijn boek meent Schout. Er zijn geen mensen zonder ervaring. Hij meent dat de verbijzondering ervan onhoudbaar is; het verdeelt de wereld in mensen die ervaring hebben met psychische of psychiatrische problemen en mensen die daar vrij van zijn. De kern van dit boek is juist dat we deze kwetsbaarheden allemaal in meer of mindere mate ‘onder de leden’ hebben.  

Mijns inziens laten praktijken en publicaties van en over ervaringsdeskundigen iets zien waar de samenleving en het eerste psychiatriegebouw nog veel van kunnen leren, terwijl het door Schout geprezen tweede gebouw voornamelijk uit initiatieven van ervaringsdeskundigen bestaat!

dane deaner wnkE42AFNZg unsplashWaar liggen de sleutels? 
In Mijn broeders hoeder is Gert Schout op zoek naar plekken/initiatieven waar sleutels liggen om verder te komen.  Waarmee kan de relationele bodem verrijkt worden?  

Relationeel vakmanschap - het meebouwen aan een stevigheid biedende omgeving vraagt om eigen stevigheid, maar houdt zich verre van deskundologie, specialisaties of pretenties die daarmee zijn verbonden. Het relationele werk is een interventie in zichzelf al is de uitkomst ongewis. Niet komen met sleutels, maar samen zoeken naar sleutels. Er wordt niet gewerkt aan het verdwijnen van een toestandsbeeld of stoornis, maar aan het co-creëren van omstandigheden waardoor de betrokkenen onderdeel worden van een stevigheid biedend weefsel, dat giften en wedergiften genereert. 

 

 

Recensie van Mijn broeders hoeder. Naar een gezelschappelijke psychiatrie – Gert Schout, Uitgeverij SWP, 2026 

Op 12 maart vindt in Zwolle een congres gezelschappelijke psychiatrie plaats:  zie: https://www.psychiatriecongres.nl